Arbeidsomstandighedenwet

De Arbowet (kort voor Arbeidsomstandighedenwet) is een Nederlandse wet die regels bevat voor werkgevers en werknemers om ongevallen en ziekten, veroorzaakt door het werk, te voorkomen.

De Arbowet is een kaderwet. Dat betekent dat hierin geen concrete regels staan maar algemene bepalingen over het arbeidsomstandighedenbeleid (arbobeleid) in bedrijven. De Arbowetgeving valt uiteen in vier delen:

  • de Arbowet
  • het Arbobesluit
  • de Arboregeling
  • de Arbobeleidsregels
Sinds 1 juli 2005 is de Arbowet aangepast om beter te voldoen aan de Europese "Kaderrichtlijn veiligheid en gezondheid van werknemers op het werk" (nummer 89/391/EEG). Deze richtlijn komt uit 1989. Deze richtlijn regelt de arbeidsomstandigheden voor de Europese Unie (EU) zodat voor alle werknemers binnen de EU een zekere kwaliteit aan arbeidsomstandigheden gewaarborgd is.

Met de wijziging per 1 juli 2005 vervalt de plicht voor ondernemers om aangesloten te zijn bij een Arbodienst. Een ondernemer mag nu ook zelf de arbotaken uitvoeren, al blijven er taken waarvoor hij een bedrijfsarts in moet schakelen. Daarnaast wordt de preventiemedewerker verplicht. BelgiŽ kende deze al in de vorm van preventieadviseur. Alle Nederlandse ondernemingen zijn verplicht om een of meer (eigen) medewerkers als preventiemedewerker aan te wijzen. Daarvoor maakt het niet uit of de onderneming is aangesloten bij een arbodienst.

Nieuwe ARBOwet

In 2006 is een wetsvoorstel ingediend met betrekking tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998. Het doel is de verantwoordelijkheid van werkgever en werknemers voor het arbobeleid te vergroten. Het arbobeleid wordt niet op gedetailleerd niveau door de centrale overheid geregeld, maar moet zoveel mogelijk tot stand komen binnen ondernemingen, zodat maatwerk mogelijk is. Voor zover Europese regelgeving het toelaat zal de Nederlandse overheid wel de normen bepalen voor de te behalen doelstellingen.

Hoe werkgevers en werknemers de doelen bereiken, kunnen ze per sector regelen. Het idee is dat vakbonden en werkgeversorganisaties een zogenaamde Arbocatalogus samenstellen waarin is aangegeven op welke manier en met welke niddelen bedrijven de doelvoorschriften kunnen halen.

Het voorstel is op 26 september 2006 aangenomen door de Tweede Kamer. Het voorstel ligt sindsdien ter behandeling bij de Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De verwachting is dat het wetsvoorstel per 1 januari 2007 van kracht wordt.

Verantwoordelijkheden

Werkgever en werknemer zorgen samen voor het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. De werkgever is uiteindelijk verantwoordelijk, maar overleg met de werknemers is verplicht. Ieder heeft daarin zijn eigen taak:

  • werkgevers moeten voorlichting en instructies geven over de risico's van het werk en welke maatregelen daartegen genomen zijn. Vooral jeugdigen verdienen hier extra aandacht;
  • werknemers moeten de veiligheidsinstructies opvolgen en beschikbaar gestelde beschermingsmiddelen gebruiken;
  • de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging moet instemmen met het arbobeleid. De ondernemingsraad heeft ook instemmingsrecht op de keuze van de Arbodienst, het contract met de Arbodienst en de inhoud van het verzuimbeleid. Als er geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging is, overlegt de werkgever met de belanghebbende werknemers. Bij een conflict over de arbeidsomstandigheden, moeten werkgever en werknemers samen naar een oplossing zoeken;
  • de Arbodienst. Elke werkgever kan bij een arbodienst zijn aangesloten. Door een wijziging van de Arbowet mag elke werkgever sinds 1 juli 2005 zelf kiezen of hij een arbodienst inschakelt, of dat hij de arbotaken zelf uitvoert. Voor de volgende taken is het inschakelen van een bedrijfsarts verplicht:

    - een eventuele aanstellingskeuring;
    - het verzuimbeleid;
    - het (vrijwillig) periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (pago);
    - het arbeidsomstandighedenspreekuur voor werknemers.
  • De Arbeidsinspectie kan sanctionerend optreden indien er niet aan de bepalingen van de wet voldaan wordt; bij incidenten onderzoekt zij altijd de zaak.