Machine veiligheid

Sinds 1 januari 1997 is de werkgever volgens het Arbobesluit (voortkomend uit de richtlijn Arbeidsmiddelen) verplicht om de nodige maatregelen te treffen daar waar het gaat om arbeidsmiddelen. De arbeidsmiddelen moeten zodanig zijn uitgerust en/of worden toegepast dat de veiligheid en de gezondheid van de medewerkers tijdens het gebruik geen gevaar lopen. Het begrip 'arbeidsmiddel' wordt gedefinieerd als 'alle op de arbeidsplaats gebruikte machines, apparaten, gereedschappen en installaties' en heeft betrekking op 'elke activiteit met betrekking tot een arbeidsmiddel, zoals ingebruikneming, buitengebruikstelling, vervoer, reparatie, ombouwing, onderhoud en verzorging waaronder reiniging'.

De veiligheid zal niet tot nauwelijks in het geding komen wanneer bepaalde arbeidsmiddelen worden gebruikt (pennen, stoelen en paperclips). Arbeidsmiddelen die echter ook onder de definitie van een machine vallen ("een samenstel van onderdelen waarvan tenminste ÚÚn onderdeel kan bewegen") kunnen daarentegen potentieel wel risicovol zijn en moeten daarom voldoen aan minimale veiligheidseisen.

Wetgeving
Een leverancier moet veilige arbeidsmiddelen (machines) leveren en een werkgever die arbeidsmiddelen door medewerkers laat gebruiken, moet er voor zorgen dat deze geen gevaren voor de veiligheid en gezondheid van deze medewerkers kunnen veroorzaken.
Een werkgever heeft - naast de controle van tastbare en meetbare zaken - ook nog verplichtingen t.a.v. organisatorische aspecten. Het gaat met name om zaken zoals keuringen van materieel en de opleiding van personeel. Iedere werkgever moet zelf bepalen op welke wijze deze zaken in de organisatie worden opgenomen en uitgevoerd.

CE-markering
Sinds januari 1995 moeten alle machines die voor de eerste maal binnen de EU gebruikt worden, door de fabrikant voorzien worden van een CE-markering. Dit geldt ook voor machines die gebouwd worden voor de verkoop, een niet-gewijzigde machine die van buiten de EU wordt ge´mporteerd en een gewijzigde (tweedehands of nieuwe)machine.
Machines die voorzien zijn van een CE-markering hoeven op grond van artikel 7.2 van het Arbobesluit geen onderzoek te ondergaan op het voldoen van de machine op alle in hoofdstuk 7 genoemde technische eisen. Wel moet een RI&E uitgevoerd worden die specifiek is toegespitst op het veilige gebruik en de plaats van de machine in het bedrijf.

Risico-Inventarisatie en Evaluatie
Een werkgever moet een risico-inventarisatie en -evaluatie maken van alle in zijn bedrijf aanwezige arbeidsmiddelen, waaronder ook alle machines. Afhankelijk van de uitkomst van de RI&E dient het arbeidsmiddel (de machine) te worden aangepast. De technische eisen waaraan moet worden voldaan, zijn vastgelegd in hoofdstuk 7 van het Arbobesluit en worden nader uitgewerkt in diverse bijbehorende beleidsregels en Arbo-Informatiebladen.

Verplichtingen van de werkgever:
De richtlijn arbeidsmiddelen (RA) stelt verplichtingen aan de werkgever die arbeidsmiddelen aan de werknemer ter beschikking stelt. De verplichtingen van de werkgever zijn als volgt:

  1. De werkgever dient veilige machines ter beschikking te stellen.
  2. De machines dienen geschikt te zijn voor het uit te voeren werk.
    (In overige gevallen dienen maatregelen genomen te worden die risico's beperken)
  3. De werkgever dient te zorgen voor zorgvuldig onderhoud van de machines.
  4. De werkgever dient voldoende informatie te verstrekken. Dit kan in de vorm van handleidingen maar ook mondeling. De werkgever dient hierbij rekening te houden met de minimale eisen ten aanzien van informatieverstrekking. Zo dient de informatie de volgende gegevens te bevatten:
    - beschrijving van gebruiksomstandigheden
    - aangeven van voorzienbare abnormale situaties
    - conclusies
    - ervaringen van gebruik in het verleden
    - de informatie dient afgestemd te zijn op het niveau van de gebruiker
  5. De werkgever dient de gebruikers voldoende op te leiden.
  6. De werkgever dient onderhoudspersoneel specifiek op te leiden.
  7. De werkgever dient werknemers te raadplegen bij de uitvoering van de R.A.
  8. De werkgever dient de arbeidsmiddelen te laten keuren door deskundigen voor de eerste in gebruik neming.
  9. De werkgever dient de arbeidsmiddelen periodiek te keuren of te beproeven indien het arbeidsmiddel onderhevig is aan invloeden die leiden tot verslechteringen.
    De keuringsresultaten moeten voldoende lang bewaard worden.
  10. De werkgever dient het arbeidsmiddel buiten de onderneming te vergezellen van een keuringsbewijs.
  11. De werkgever dient rekening te houden met de werkplek, de houding van werknemers en ergonomische beginselen.
  12. De werkgever dient werknemers te wijzen op de gevaren die zij lopen, op de arbeidsmiddelen in hun onmiddellijke werkomgeving en op belangrijke veranderingen.
  13. Bij arbeidsmiddelen met specifiek gevaar zorgt de werkgever ervoor;

  14. - dat deze alleen gebruikt wordt door gekwalificeerd personeel,
    - dat onderhoud alleen door gekwalificeerd personeel wordt uitgevoerd.

Bepalingen voor het gebruik van arbeidsmiddelen:
Naast de minimum voorschriften die worden gesteld aan arbeidsmiddelen worden in de R.A. bepalingen gegeven voor het gebruik van arbeidsmiddelen, waarmee u in de praktijk rekening kunt houden. Kort samengevat komen die bepalingen neer op het volgende:

Algemeen:
1. Arbeidsmiddelen dienen zodanig te worden ge´nstalleerd dat zij geen gevaar opleveren voor gebruiker en andere werknemers.
2. Veilige (de-)montage van het arbeidsmiddel, volgens aanwijzingen van de fabrikant.
3. Indien sprake is van mogelijke blikseminslag, dienen maatregelen ter bescherming van blikseminslag worden getroffen.

Arbeidsmiddelen met eigen aandrijving:
4. Arbeidsmiddelen met eigen aandrijving mogen alleen worden bestuurd door werknemers met adequate opleiding.
5. Vaststellen en naleven van verkeersregels indien een arbeidsmiddel zich in een werkzone bevindt.
6. Voorkomen dat werknemers zich te voet bevinden in de werkzone van arbeidsmiddelen met eigen aandrijving, indien onmogelijk; maatregelen treffen.
7. Meerijden op mechanisch voortbewogen mobiele arbeidsmiddelen is alleen toegestaan op speciaal daarvoor ingerichte veilige plaatsen.
8. Bij gebruik van verbrandingsmotoren moet worden gezorgd voor voldoende lucht.